Anti-goeroe zonder emotie

Anderhalf jaar verbleef Marko van Bergen zich in de Londense City om voor het Engelse Barclays Global Investors de Nederlandse beleggingsmarkt met trackers te veroveren. Pendelend tussen zijn eigen kantoor in Amsterdam en de vestigingen in Londen en San Francisco ziet hij dat de sneeuwbal waar hij tien jaar geleden mee begon is aangegroeid tot het formaat van een sneeuwpop. En het is slechts een kwestie van tijd voordat trackers zich als een lawine over de beleggingsmarkt heen storten, zegt hij zonder aarzelen. Een portret van een anti-goeroe die beleggen van emotie heeft ontdaan.

“Een glazen bol heb ik niet. Ik kan niet zeggen wat er op de beurs gaat gebeuren en dat doe ik ook niet”, zegt Marko van Bergen (39), krijtstreeppak met Italiaanse snit, strak om het lijf. Lichtblauw shirt, geen stropdas. Van Bergen is managing director van iShares Benelux. Na een studie economie begon hij als portfoliomanager bij een pensioenfonds. Tien jaar geleden werd hij gestrikt door het Engelse Barclays Global Investors (beheerder van 1600 miljard dollar wereldwijd) om de Nederlandse beleggingsmarkt te helpen veroveren met trackers. Een tracker is een indexfonds dat bewegingen in de index kopieert. Niet meer, niet minder. Eerder had Barclays dat met een paar Britten geprobeerd, maar een gemeenschappelijk gevoel voor humor bleek niet genoeg om de calvinistische inborst van de Nederlander te kunnen doorgronden. Na anderhalf jaar verruilde hij The City voor Amsterdam. Op de zesde verdieping van het WTC-gebouw zijn intussen elf mensen uitsluitend bezig met trackers.

Een tracker probeert het niet beter te doen dan de index. Actieve fund managers willen die indexen wel verslaan. Maar dat is niet eenvoudig. Misschien dat dit een of twee jaar lukt, maar over een periode van vijf jaar, blijken er maar weinig managers te zijn die dit kunnen. Bovendien zijn die topbeleggers moeilijk te vinden, zeker voor particulieren. “Een tracker presteert op de lange termijn in de meeste gevallen beter dan een actieve fund manager”, stelt Van Bergen. “Indexbeleggen is een goede, degelijke strategie om een goede performance te halen. Sommige mensen vinden dat saai, je volgt de bewegingen binnen de index, maar als particuliere belegger loop je niet het risico dat iemand je rendement verknoeit omdat zijn fingerspitzengefühl hem in de steek laat. Hier gaan we zoveel mogelijk wetenschappelijk te werk. Wij hebben geen beursgoeroes binnen het bedrijf en hebben die nooit gehad ook. We zijn heel erg van het computerbeleggen met statistieken. Dat slaat aan bij Nederlandse klanten. Die houden niet zo van mensen die denken dat ze het allemaal beter weten. Nederlands willen mensen die met beide benen op de grond staan. Dat zit in onze genen. De cultuur hier in Amsterdam is helemaal vernederlandst. Toen mijn voorgangers bij Barclays de Nederlands markt probeerden binnen te komen, boekten ze wel successen. De eerste klant haalden ze ver voor mijn tijd, in 1985, binnen. Maar ze zagen wel in dat je in Nederland een kantoor en mensen moet hebben om er een echt succesverhaal van te maken. De Nederlandse doe-maar-gewoon-dan-je-gek-genoeg-mentaliteit spreekt de Engelsen wel aan, hun cultuur ligt dicht bij die van ons. Duitsers en Fransen spreekt het absoluut niet aan. Die zijn meer bezig met netwerken, zijn veel meer intern gericht en dat maakt het voor buitenlanders lastiger om er voet aan de grond te krijgen. Dat heeft ons ook veel tijd gekost.”

Trackers hebben verschillende onderliggende benchmarks. Indexen van onder andere de grootste Europese bedrijven, de grootste ondernemingen in Amerika, de AEX, kleinere ondernemingen, emerging markets, obligatiefondsen, onroerend goed en bedrijven in infrastructuur. Met vijf nieuwe trackers is het totaal aantal trackers 34. Van Bergen omschrijft trackers cryptisch als institutioneelachtige fondsen voor de particuliere markt. “Infrastructuurfondsen zijn er wel maar die zitten allemaal verborgen achter grote huizen en zijn voor weinig mensen weggelegd. Om zelf een portefeuille samen te stellen met aandelen van infrastructuurbedrijven met een goede spreiding heb je normaal gesproken gauw een half miljoen euro nodig. Wij hebben via de Australische zakenbank MacQuarie, die een eigen wereldwijde index van honderd infrastructurele bedrijven heeft, een tracker gemaakt. Met één tracker van dertig euro heb je een mandje van alle aandelen in die index. Je hoeft bij trackers niet stinkend rijk te zijn om in infrastructuur of vastgoed of ergens in China te beleggen.

Het rendement van tracker is exact hetzelfde als bij de onderliggende index. Misschien is indexbeleggen saai maar het is niet synoniem aan behoudende rendementen. “Het Brazilie-fonds had vorig jaar een rendement van 45%”, zegt Van Bergen. Net als bij andere vormen van beleggen kies je voor meer of minder risico. “Een actieve belegger, met veel kennis van beleggen, kan ook met trackers zijn spelletjes spelen door in te zetten op indexen waar veel beweging in zit. Maar dan wel met een goed gespreide portefeuille en minder afhankelijk van de resultaten van één of twee ondernemingen.”

Beleggen gebeurt vaak veel te emotioneel, vindt Van Bergen. De ratio is meestal ver te zoeken. Alle clichés zijn waar. “Mannen raken sneller verliefd op aandelen. Vrouwen zijn nuchterder”, zegt hij. Vooral mannen beleggen op het gevoel. Ze doen hun aandelen bij een dalende koers niet weg omdat ze denken dat het nog goed gaat komen en houden bij een stijgende koers hun aandelen te lang vast omdat ze denken dat er meer in het vat zit. Mannen zijn ook gevoeliger voor een gouden tip van de kapper of de tandarts. Van Bergen heeft niet veel op met goeroes . “Ik ben geen doemdenker, maar voorspellingen doen is het lastigste in het vak. Welke onderneming gaat het goed doen? Welke onderneming gaat het beter doen dan de andere in dezelfde sector. Als iedereen het goed doet, heb je er een nodig die het nog beter doet. Wij zijn allemaal knappe koppen, hebben allemaal doorgeleerd, zijn allemaal specialist in beleggen, maar aan voorspellingen wagen we ons niet. Om te beleggen heb je kennis nodig. Met kennis haal je de emotie uit het beleggen.”En op een verjaardagsfeestje? “Houd ik ook mijn mond. Ik kan wel zeggen dat autofabrikanten het goed gaan doen, maar als Fiat zeg en Volvo blijkt het beter te hebben gedaan maak ik geen goede beurt.”

Onder Nederlandse particulieren is het product nog geen kaskraker. Beleggers kunnen trackers kopen via online brokers of hun bank. Maar die verkoopt liever een beleggingsfonds waar meer op verdiend wordt. Dat zijn hun eigen fondsen waarvoor beleggers elk jaar anderhalf procent beheerkosten betalen. Banken zijn ook wel bereid fondsen van concurrenten aan te bieden, want ook dan ontvangen ze een deel van beheerkosten. De beheerkosten van trackers zijn ongeveer een tiende van gewone fondsen. Van Bergen rekent voor dat bij een belegging van een ton de kosten over de periode van tien jaar bij een gewone bank € 15.000 zijn, bij beleggingen in trackers € 1.500. Trackers leveren banken niets op. Er is geen vergoeding voor banken die ze distribueren en dus worden ze niet vaak gedistribueerd. Naamsbekendheid moet trackers op eigen kracht krijgen. Dat gaat langzaam. “Reclame maken is duur en dat kunnen we nog niet betalen”, zegt Van Bergen. Hij schat dat het reclamebudget van ABN Amro ongeveer tweehonderd keer zo groot is als zijn eigen budget. Hij is blij met de Autoriteit Financiële Markten die de hoge kosten van banken onderzoeken. “Dat is in ons voordeel. Als wij de boodschap kunnen uitdragen dat trackers een goedkoop product zijn, zullen mensen daar gevoelig voor zijn. Dan zal een belegger die bij een bank komt om trackers vragen en dan zal die bank over de brug moeten komen.”

Vooruitkijken naar zijn eigen toekomst? “Zou zo maar kunnen dat we over een paar jaar in zo’n toren als van ABN Amro zitten.” (gepubliceerd in CASH)

interview